Logo van Stichting Carillons Maastricht Stichting Carillons Maastricht

De klokken en het carillon van het stadhuis van Maastricht

Bij de bouw van het nieuwe stadhuis besloot de Raad op 28 mei 1668 een carillon te laten vervaardigen door de befaamde klokkengieter Pieter Hemony te Amsterdam. De uitvoering van dit raadsbesluit verliep wel bijzonder snel. Toen immers burgemeester Coninx terzake contact opnam met Pieter Hemony deelde deze hem mee een compleet klokkenspel in voorraad te hebben. Hij leefde nl. in de veronderstelling dat dit klokkenspel door de stad Diest bij zijn broer, Frans Hemony, besteld was. In 1669 zou blijken, dat niet Diest maar Hulst de opdrachtgever was. Doch toen was het klokkenspel reeds aan de gemeente Maastricht geleverd.



Het klokkenspel telde 28 klokken van as1 tot cis4. Vier klokken waren in 1663 gegoten, de overige in 1664. Franciscus Hemony was de maker. Alleen de grootste klok draagt de naam van beide broers, welke toendertijd golden als de meest bekende klokkengieters van ons land. De 13 grootste klokken zijn voorzien van een Latijns psalmvers en - evenals de andere klokken — van de naam van de gieters alsmede het jaar waarin zij tot stand kwamen: 'FRANCISCUS HEMONY ME FECIT AMSTELODAMI. ANNO DOMINI 1664'

Tijdens de begrotingsbehandeling in 1905 werd er geklaagd over de wanklank van het klokkenspel. Burgemeester en Wethouders bleken het met deze klacht volkomen eens te zijn. 'Het carillon schijnt grotendeels versleten te zijn. Wij zullen een deskundige raadplegen omtrent de vervanging van het bestaande klokkenspel door een nieuw'. Zover is het gelukkig niet gekomen. Vooralsnog werd volstaan met aan de firma Eysbouts te Asten opdracht te geven de plaatsing van de klokken in de toren ingrijpend te wijzigen. Tot dan toe hingen de klokken midden in de toren. Nu werden ze in de omtrek van de toren gehangen, hetgeen de klank ten goede zou komen. De oorspronkelijke middentoonstemming werd hersteld en de omvang van het klokkenspel werd uitgebreid tot 43 klokken. Van de Hemony-klokken konden de 17 grootste behouden worden. Van het uit 1767-1769 daterende klokkenspel van de Sint Servaaskerk, gegoten door van den Gheijn, konden 11 klokken in het nieuwe klokkenspel worden opgenomen. De resterende 15 klokken werden door Eysbouts nieuw gegoten. Ook werd het in het begin van deze eeuw aangebrachte pianoklavier weer vervangen door het authentieke stokkenklavier. In 1962 kon het in ere herstelde klokkenspel zijn plaats in de toren van het Maastrichtse stadhuis weer innemen.

Niet tot het klokkenspel van het stadhuis behoort een klein klokje, dat opgehangen is in de fraai beschilderde koepel. Het is het oude graanklokje, dat - blijkens de 'politique ordonnantie van den Edelen Achtbaeren Raedt der Stadt Maestricht op het Stuck van de Weeck-Merckten van allerhande Waeren ende koopmanschappen' van 24 november 1681werd dit klokje op marktdagen om negen uur geluid om aan te geven dat de burgers het graan mochten kopen en om elf uur werd opnieuw geluid een daarmee werd kenbaar gemaakt dat nu ook de bakkers en de brouwers graan mochten opkopen.

De bovenstaande tekst is afkomstig uit het artikel van Gerard Quaedvlieg: “De klokken en het carillon van het stadhuis van Maastricht“, in de bundel Een Seer Magnifick Stadthuys, Leiden 1985.pp. 185-189.